twitter twitter

We moeten af van de gedachte dat belastingen verhogen sociaal is en verlagen van subsidies asociaal

Als je het woord subsidie googled krijg je 22.300.000 hits, het woord politiek amper 15.900.000 hits. We kunnen daaruit besluiten dat subsidies op het “World Wide Web” een belangrijker item zijn dan politiek. Logisch want politiek is enkel de tool om subsidies te creëren en ze later te innen.

 

 Ik heb me steeds verzet tegen het kluwen van subsidies en tegen het subsidiesyndroom.

 

Wie aan het subsidiesyndroom lijdt ziet als enige oplossing voor een maatschappelijk, economisch of sociaal probleem het invoeren van een subsidie. Zij hoeven daarvoor slechts een beperkt stuk van hun hersenen te gebruiken, en toch beschikken deze ministers over een uitgebreid kabinet dat na intensief denkwerk en overbodige analyses van dure overbodige studies - door een bevriend studiebureau - tot de erudiete conclusie komt dat subsidies het probleem kunnen oplossen. 

 

Het invoeren en uitbetalen van deze geldstromen moet uiteraard gefinancierd worden en dat moet dan maar met het verhogen van belastingen of taksen. Belastingen en taksen die onvermijdelijk de grootste maatschappelijke groep uit onze samenleving raakt, namelijk de middenklasse. Want ook de overheid weet dat het belasten van deze groep het efficiënts is en op korte termijn de staatskas het snelst vult. Deze groep hardwerkende burgers, die net genoeg verdienen om hun belastingen te betalen, maar teveel om van enige sociale voordelen te genieten, betalen steeds de rekening. In deze middenklasse zit eigenaardig genoeg ook de ambtenarij die mee verantwoordelijk is voor dit vreemd denkwerk.  

 

Het is populair te zeggen: "laat ons de rijken belasten, laat ons het groot kapitaal belasten". Maar bedrijven en kapitaal zijn volatiel en niet nationalistisch, hun natie begint en eindigt aan de poorten van hun bedrijf, waar in de wereld het zich ook moge bevinden. Net als een plant zoekt een bedrijf de beste voedingsbodem om zijn bedrijf te laten groeien. Net als een plant geeft ze aan de voedingsbodem haar vruchten af en dit voornamelijk onder de vorm van arbeidsplaatsen, belastingen, maatschappelijk sponsoring en wat vaak vergeten wordt het verhogen van het bruto binnenlands product. De voedingsbodem van Vlaanderen is voor vele bedrijven te zuur. Waarom hebben succesvolle Vlaamse ondernemers zoals Marc Coucke van Omega Pharma en Roland Duchâtelet van Melexis een grote brok van hun activiteiten en tewerkstelling ondergebracht in het buitenland denk je? Vreemd genoeg wordt in onze maatschappij het streven naar hogere inkomsten door een bedrijf vaak als verwerpelijk gezien en het streven naar hoger loon door een arbeider/bediende als sociaal.

Ayn Rand zei daarover het volgende:  

 

“Als arbeiders vechten voor hogere lonen wordt dit geprezen als 'sociale vooruitgang'; als zakenmensen vechten voor hogere winsten wordt dit geminacht als 'egoïstische hebzucht” 

 

Terug naar het debat omtrent subsidies. Ik wil graag in deze column economische subsidies, sociale subsidies en cultuursubsidies onderscheiden, ze worden te vaak verward en verschillen zowel in oorzaak, doel als benadering.  

 

De economische subsidies. 

 

Ondernemingen, banken en zelfs steden en gemeenten hebben subsidiologen in dienst.

 

Subsidies binnenhalen is een beroep geworden. Net zoals creatief boekhouden is dat in grote mate besteed aan de grote ondernemingen. De kleinere ondernemingen en kleine zelfstandigen vallen daardoor, net zoals bij fiscale ontwijking, vaak uit de boot.

Subsidies zijn in onze maatschappij en overheidsbestel zo ingeburgerd dat wij over tal van bedrijven beschikken die voor een percentage van de subsidie, subsidies napluizen en in naam van hun klant(en) aanvragen.

Ook hier vallen de kleine bedrijven meestal uit de boot omdat zij oninteressant zijn. Grote subsidiebedragen staan immers voor grote percentages en aldus grote winsten.

Subsidies zijn daarom, maar niet alleen daarom, marktverstorend, en zijn slecht in bepaalde beperkte gevallen verantwoordbaar, zoals bij innovatie en onderzoek.  

 

“Elke economie of een onderdeel ervan die door subsidiebeleid gevoederd wordt, leeft in een coma. De coma van de pseudostaatsinstelling! Niets is gratis en ook voor subsidies betaal je een prijs en deze heet vrijheid.” 

 

Frappant is ook dat gemeenten die als overheid zelf een resem subsidies aanbieden, subsidiologen in dienst nemen om alle beschikbare en inbare subsidies van supralokale overheden binnen te halen.

Dus hoe belastingsgeld van het ene niveau dient om belastinggeld van het ene niveau naar het andere niveau te versluizen met als doel de belastingbetaler op het ene niveau minder te doen betalen en op het andere niveau meer. Neen, dat is geen passage uit de werken van Kafka, maar de dagdagelijkse realiteit in Vlaanderen. 

 

Het ergste voorbeeld van ontsporing van economische subsidies die sociaal en progressief lijken maar uiteindelijk bijzonder asociaal zijn, zijn de groenestroomcertificaten (GSC).

Groene bedrijven worden de hemel in geprezen maar zijn pseudostaatbedrijven en subsidiemagneten. Subsidies die uiteindelijk door iedereen betaald worden.   

 

Het windmolenpark op de Noordzee, Belwind, van de groep Colruyt/Sumitomo, realiseerde tussen maart 2010 en maart 2014 een omzet van 311,5 miljoen euro, 96,7 miljoen euro kwam uit de verkoop van elektriciteit en 214,7 miljoen euro kregen ze cadeau van de overheid via groenestroomcertificaten! (bron:NBB)

 

Welke arbeider krijg naast het loon van zijn werkgever nog eens hetzelfde bedrag cadeau van de overheid ?

 

Het windmolenpark op de Noordzee, C-power realiseerde in het boekjaar 2013 een omzet van 137,5 miljoen euro, 42,8 miljoen euro kwam uit de verkoop van elektriciteit en 94,6 miljoen euro kregen ze cadeau van de overheid via groenestroomcertificaten! (bron: NBB)

 

Welke arbeider krijg naast het loon van zijn werkgever nog eens hetzelfde bedrag cadeau van de overheid ? 

 

Zonnepanelenpark, Zon aan Zee nv,(tegenwoordig Hightide nv) breekt alle GSC –records. Sinds eind 2009 tot eind 2013 verkocht het amper 464.795 euro elektriciteit en kreeg het een cadeau van de overheid van 4.378.930 euro via groenestroomcertificaten.(bron NBB) Bijna het tienvoudige!

 

Welke arbeider krijg naast het loon van zijn werkgever nog eens het tiendubbele bedrag cadeau van de overheid ? 

 

Bedrijfsleiders die onder het goedkeurend oog van de regering hun zakken riant vullen op kosten van de hardwerkende burger. Deze groenestroomcertificaten worden via onze elektriciteitsfactuur aan iedereen doorgerekend. Ook de kansarmen betalen de rekening! En dit durft men sociaal noemen?

 

En dat is nog niet alles! Een studie van de High Level Group Chemie en Life Sciences, wees in 2009 uit dat bij een ongewijzigd subsidiebeleid Infrabel, beheerder van het Belgische spoorwegnet, in 2030 18 miljoen euro per jaar meer zou betalen op hun energiefactuur dan in 2009 en dit enkel en alleen als gevolg van de kostprijs van de groenestroomcertificaten van de offshore windmolens. Jan modaal, de hardwerkende burger, betaalt aldus tweemaal voor  groenestroomcertificaten, eenmaal via zijn elektriciteitsfactuur en nogmaals via de belastingen om de stijging van de elektriciteitsfactuur van de overheid te betalen.  

 

Tussen september 2007 en september 2013 is de prijs van onze totale elektriciteitsfactuur (stroomverbruik, distributietarieven en belastingen) gestegen met gemiddeld 215,46 euro en de totale aardgasfactuur (aardgasverbruik, distributietarieven en belastingen) met gemiddeld 391,29 euro. Samen spreken we over een stijging van 606,75 euro op onze energiefactuur(bron studie (F)130926-CDC-1271 van de CREG september 2013)  

 

Waarom steeg onze totale elektriciteitsfactuur?

 

Onze elektriciteitsfactuur is samengesteld uit 3 componenten: 

 

  1. Uw stroomverbruik (wat je betaalt aan Electrabel, Nuon, Eni, Essent, Luminus, Octa + enz),

  2. De distributietarieven (wat je betaalt voor transport, distributie voor hoogspanning: Elia en voor laagspanning: Imewo, Wvem, Infrax, Gaselwest, Interelectra enz)  

  3. De belastingen en openbare heffingen. 

 

Wat punt 1 betreft. De kostprijs van uw verbruik van elektriciteit/stroom. De prijs van het stroomverbruik voor de huishoudelijke eindgebruiker is in Vlaanderen tussen 2007 en 2013 op jaarbasis gemiddeld gedaald met 2,83 % of  5,36 euro. Nochtans daalde de groothandels elektriciteitsprijs op de internationale en nationale markten met gemiddeld 32,15%. De reden waarom de stroomprijs aan de klant in Vlaanderen niet met eenzelfde percentage daalde heeft alles te maken met de verplichte aankoop van groene stroom die de elektriciteitsleveranciers door de overheid wordt opgelegd. 

 

Wat punt 2 en 3 betreft. Alle distributietarieven, openbare heffingen, energiebelastingen en btw worden ons opgelegd en aangerekend door diverse overheden of overheidsbedrijven en hun bevoegde politici. (alle netbeheerders zijn overheidsbedrijven) De distributietarieven, openbare heffingen, energiebelasting en btw stegen op jaarbasis voor een gemiddelde gebruiker in Vlaanderen met 220,82 euro. (ts 2007 en 2013) Dit als gevolg van dure infrastructuurwerken voor de aansluiting van de windmolenparken op zee, de groenestroomcertificaten (zonnepanelen, onshore windmolens, biogascentrales enz) en door de acties REG(rationeel energieverbruik). (bron CREG)

 

De federale regering bevroor de distributietarieven van april 2012 tot 1 juli 2014(toevallig tot net na de verkiezingen). Nu is Vlaanderen bevoegd voor deze tarieven! Maar bevriezen is ontwijken, uitstellen! De netbeheerders zitten met vele opgepotte kosten, hoofdzakelijk groenestroomcertificaten, die nog niet werden doorgerekend aan de klant. Voor laagspanning heeft Eandis voor 400 miljoen euro kosten uit het verleden nog niet kunnen doorrekenen, en het kleinere Infrax 250 miljoen euro. Zij verwachten een stijging van nog eens 15% van de kosten doorgerekend op onze factuur. Daarbovenop komt de doorrekening van de transportkosten van Elia de beheerder van ons hoogspanningsnet. Verwacht wordt dat tegen eind 2020 Elia 5,7 miljard groenestroomcertificaten zal uitbetaald hebben aan windmolenparken op zee. 5,7 miljard euro die ook zal doorgerekend worden aan de klant. U en ik dus, want elektriciteit verbruiken we allemaal. Als deze regering niet snel ingrijpt dan krijgen we binnen enkele jaren een sociaal bloedbad als gevolg van te hoge energiefacturen. Hoewel die bloedbad geïnitieerd, bedacht en verdedigd werd door socialisten en groenen, dreigt elke druppel bloed afgerekend te worden op het politiek electoraal conto van deze rechts conservatieve regering. 

 

Dus omwille van de groene subsidiewoede steeg onze energiefactuur op 5 jaar tijd met 600 euro en zal ze de komende 5 jaar nog eens met 25% stijgen. We betalen ons eigenlijk letterlijk blauw een onze groene factuur. 

 

Deze groene subsidies zijn dus bijzonder asociaal en treffen de armste laag in onze samenleving het hardst omdat de elektriciteitsfactuur voor hen percentueel in het geheel van onkosten het zwaarst doorweegt. Maar uiteraard ook de middenklasse en de kleine ondernemingen worden door die stijgingen zwaar getroffen. De grote energie-intensieve bedrijven daarentegen kregen in 2005 van Minister Vande Lanotte en Minister Verwilghen een uitzondering en betalen deze stijging van de elektriciteitsfactuur in mindere mate. De regering waarin destijds ook PS en SP.a zetelden waren medeondertekenaars van dit akkoord. Asociale subsidies betaald door de kleine en middelgrote bedrijven en arbeiders/bedienden, m.a.w. de brave hardwerkende burgers van dit land betalen opnieuw de rekening. 

 

De socialisten zullen deze asociale subsidies nooit aanvallen vermits ze zelf de invoerders ervan zijn en groenen zullen groene subsidies, die ze unaniem mee goedkeurden nooit aanvallen. Maar ik heb wel een partner in mijn visie. Het linkse PVDA deelt mijn visie en durft wel luid roepen dat SP.a, PS en Groen hier een fout hebben begaan. Zij durven wel luidop zeggen dat de ideologie rond een shift naar groene energie anders moet! Zij durven wel zeggen dat de manier waarop de regering groene stroom subsidieert bijzonder asociaal is.

 

 

Cultuursubsidies.

 

Ik ben een zeer cultuurminnend persoon. Ik schrijf poëzie, citaten en ben een gepassioneerd toneel en musicalspeler. Maar wie dacht in mij een fan van grenzeloze cultuursubsidies te vinden vergist zich. Elke overheid moet op zijn niveau een bijdrage leveren aan cultuur, maar de manier waarop stoort mij enorm. De cultuurtempels - ik gebruik bewust de term “tempel” - die steden en gemeenten, vaak met supralokale subsidies, op een steenworp van elkaar bouwen, is onbegrijpelijk. Oostende investeerde enkele miljoenen euro’s in de renovatie van het voormalig postgebouw op amper 100 meter van het pas gerenoveerde casino met schitterende cultuurzalen. In Middelkerke werd, op 100 meter van het casino en op amper 2 kilometer van de cultuurzaal “ De Zwerver “, een nieuwe dure cultuurzaal gebouwd. Stad Nieuwpoort heeft 2 theaterzalen op 500 meter van elkaar en zo zijn er nog tal van voorbeelden. Kleine pittoreske privé uitgebate theaterzaaltjes, houden op te bestaan of gaan failliet. Het overaanbod aan overheidscultuurzalen heeft als gevolg dat de lokale verenigingen slechts 10% van de bezetting leveren. De overige bezetting moet dan maar gerealiseerd worden door de lokale cultuurdienst, interne of externe verzelfstandigde overheidsbedrijven. Uiteraard met belastinggeld. Daardoor ontstaat er een onnatuurlijke concurrentie tussen naburige steden en gemeenten. Een dure cultuurstrijd naar het aantrekken van bezoekers voor evenementen vaak op dezelfde datum georganiseerd. Het gevolg is dat meer en meer belastinggeld bedoeld voor cultuur gaat naar reclame en marketing. De steden en gemeenten mogen de cultuurtempels hun bestaan niet ontkennen en als investering niet gediaboliseerd worden. Dat zou politieke electorale zelfmoord zijn. Het geld voor de bouw van overtollige cultuurzalen en het voeren van intergemeentelijke concurrentie zou beter besteed zijn aan de werking van lokale cultuurverenigingen.   

 

Wat mij tevens ontiegelijk stoort is dat alles tegenwoordig groots en bombastisch moet zijn om subsidies binnen te rijven. Het toneelstuk of de musical moet imponeren door zijn omvang en technische hoogstandjes. Het moet paarden hebben die op een draaiend podium galopperen, of vuurwerk, lazers, 3D-videoprojectie enz om massaal subsidies toegestopt te krijgen. Ik hou van het kleine theater met beperkt decor. Een klein theaterstuk met de ziel van Vlaanderen en zijn bevolking. Het theaterstuk met aandacht voor de muziek en de acteer, zang of dansprestatie eerder dan de miljoenen euro’s aan prullaria die de aandacht van de echte podiumkunsten wegtrekt. Ik kan zo genieten van theater van het hart en de ziel.  

 

Geef minder subsidie uit, maar subsidieer meer het hart van de cultuur. Terug naar het pure genot, terug naar het high van de volkscultuur.  

 

Ik kan dit debat met dezelfde argumenten voeren als het over fuiven en optredens gaat.

Ik stel hier bovendien vast dat de subsidiecultuur rond festivals in Vlaanderen aan het imploderen is. Vzw’s en/of bedrijven die fuiven en festivals organiseren klagen steen en been over de concurrentie met gratis festivals in andere steden en gemeenten (gratis voor de bezoekers, niet voor de belastingbetaler). Maar ze vergeten vaak te kijken naar hun eigen subsidies. Festivals beconcurreren elkaar dus met belastinggeld. Het belastinggeld van Gent concurreert met het belastinggeld van Brugge, Antwerpen en Lokeren enz om zoveel mogelijk bezoekers aan te trekken naar hun eigen gratis festival(s). Artiesten hebben hun gages ook opgetrokken net omwille van de subsidies, deels omdat de marktwerking door de vele subsidies verstoord wordt (meer aanbod) en deels door de redenering dat overheden geld genoeg in kas hebben. Daardoor kunnen privé – organisatoren vaak de gages van artiesten niet meer betalen. Gratis festivals, optredens allerhande (what’s in a name) zijn meestal electorale tools van politici, als omkoping van de stem van de burger. 

 

Is “panem et circences” hier te cru geredeneerd?

Misschien wel, doch de belangrijkste vraag is de vraag of cultuursubsidies dienen om aan politieke en electorale doelstellingen te voldoen? 

 

Hetzelfde geldt voor de filmfestivals. Vlaanderen kent 3 omvangrijke filmfestivals; Gent, Brussel en Oostende. We kennen nu wel een stijging van de Vlaamse filmindustrie, maar moeten we nu echt met cultuurgeld in een straal van 100 km 3 filmfestivals organiseren. Gaat het hier wederom niet eerder om de prestige en het electoralisme van de lokale politiek eerder dan om de nood aan 3 bekroningen van nationale en internationale films.   

 

Als we de cultuursubsidies op Vlaams niveau bekijken, kan ik enkel vaststellen dat de verdubbeling ervan tussen 2004 en 2007, niet geleid heeft tot een groter en beter cultuuraanbod. Tenzij je het dan misschien wil hebben over de grootse spektakels. Maar zoals eerder aangehaald geven deze, naar mijn bescheiden mening, niet de ziel noch het hart van de Vlaamse cultuur weer. Wat ik wel vaststel is dat de tax shelter voor de Vlaamse filmindustrie zaligmakend was en is en we nu in vergelijking met de vorige eeuw een bloeiende Vlaamse filmcultuur kennen. Een bloeiende industrie die ook massa’s jobs oplevert en op zijn beurt belastingen betaalt en bijdraagt tot de sociale zekerheid. Ik wil daarom een lans breken voor het opentrekken van deze tax shelter naar alle segmenten van cultuur. En/of fiscale stimulansen voor sponsoring van cultuur op alle niveaus. Wat als de fiscale aftrek voor de sponsoring door de lokale bakker met 50 % zou opgetrokken worden. Zouden we dan geen grotere symbiose zien tussen lokale economie en lokale cultuur. En zou dat nu net niet het volkse gegeven van cultuur en de lokale cultuur een boost geven. Je mag uiteraard niet banaliseren, maar het café in het toneelstuk kan bij sponsoring evengoed “De kroon” als “De weegbrug” heten. En waarom geen productplacement als het over een “ Brugse Tripel” of een “Diksmuidse Boterkoek” gaat. Fiscale maatregelen zijn op termijn financieel interessanter en socialer. Subsidies zijn steeds marktverstorend en vaak, zo niet altijd, creativiteitdodend en vrijheidberovend. 

 

“De handboeien van subsidieafhankelijkheid zijn gesmeed door machtswellust en omwille van laksheid, maar worden betaald met vrijheid en creativiteit.”

 

 

 

Sociale subsidies

 

 

Het debat omtrent sociale subsidies is een delicaat debat, omdat je al snel verweten wordt inhumaan te zijn van zodra je ook maar 1 euro sociale verworvenheden wil terugschroeven. Het kernwoord hier is “verworvenheden”. Te vaak worden sociale subsidies gezien als een permanente verworvenheid eerder dan een tijdelijke sociale maatregel. Daardoor is de sociale zekerheid al snel een hangmat geworden i.p.v. een vangnet voor mensen die door tegenslag aan de onderkant van de maatschappij terecht komen.  

 

Ik ben ervaringsdeskundige, want ooit kwam ik door tegenslag in de diepe put aan de onderkant van de maatschappij terecht. Ik kwam tot de vaststelling dat ik in die put door de overheid, overlevingspakketten kreeg, maar geen ladder. De sociale diensten in ons land zijn eerder afgesteld om je niet te laten sterven in de put, eerder dan je middelen aan te bieden om je uit de put te helpen. Wanneer je aan de donkere zijde van de maatschappij terecht komt moet men je het pad naar het licht aanwijzen, maar je moet er zelf naartoe stappen. In de put moet de overheid je een ladder aanbieden, maar je moet er zelf uitkruipen. Misschien nog 1 beeldspraak om te eindigen. Miserie is een schroef naar beneden en het is aan de overheid om de schroef te stoppen maar enkel jij kan de schroef van richting doen veranderen.

En geloof me mensen er is maar één manier om de onderkant van de maatschappij te ontvluchten, er is maar één manier om uit de put te geraken en dat is door hard werken en nooit opgeven. Sociale subsidies kunnen en moeten u ondersteunen in moeilijke tijden, maar ze moeten u ruimte laten en motivatie geven om u leven zelf in handen te nemen.

 

Nooit heb ik ooit maar iemand horen zeggen: 

 

 “Ik zat financieel aan de grond, in een diepe depressie en was totaal ongelukkig, maar dankzij sociale subsidies ben ik erbovenop gekomen en ben ik nu financieel gezond en gelukkig.”  

 

Neen dat hoorde ik nog nooit. Maar wat ik wel al veel hoorde en wat ook bij mij ook het geval was, is:  

 

“Ik heb hard gewerkt en ben zo uit de put geraakt en ben nu terug financieel gezond en gelukkig”.

 

 

Pas op! Meteen moet ik hierbij vermelden dat er een deel van de kansarmen zijn die door ziekte, handicap of verslaving niet voldoende kansen uit zichzelf kunnen genereren en die totale sociale ondersteuning moeten genieten. Er is ook een groep mensen die in het systeem terecht komen of er zelfs in geboren worden waarvan re-integratie zeer moeilijk tot onmogelijk is. Daar moeten wij zonder enige twijfel en zonder enige rem alle mogelijke ondersteuning bieden.

 

Daarnaast zijn er ook mensen die de armoede niet willen ontvluchten. Zo zijn er daklozen die hun bestaan niet willen inruilen voor het hectische bestaan aan de bovenkant van de maatschappij. Ik wil hen die vrijheid niet ontnemen, ik wil hen niet verplichten om deel te nemen aan ons systeem en wil best wel solidair met hen zijn, maar dan geen gedwongen solidariteit via onze sociale zekerheid. Wanneer mensen in alle vrijheid kiezen om niet deel te nemen aan onze maatschappelijke hogestoomketel, dan juich ik dit toe. Gelukkig hebben zij deze vrijheid. Maar wie in alle vrijheid kiest om niet bij te dragen aan onze maatschappij en er geen deel van wenst uit te maken kan ook niet genieten van de voordelen ervan. Waarmee ik niet bedoel dat ze in sommige gevallen zoals ernstige ziekte of handicap aan hun lot moeten overgelaten worden. Pas op! Voor alle duidelijkheid de laatste redenering is enkel voor de groep mensen die bewust kiezen voor dergelijk bestaan niet voor hen die er door noodlot in terecht kwamen, zoals ook ik ooit enkele weken op straat leefde.   

 

Ik wil u graag volgende anekdote van een hardwerkende alleenstaande moeder meegeven.  Op een dag komt een alleenstaande moeder met 2 kinderen aan de hand wenend mijn bureau binnengestapt. Ze werkte in een supermarkt en was door interne reorganisatie haar werk als kassierster kwijtgeraakt. Haar tranen braken mijn hart toen ze snikkend haar verhaal deed en smeekte of ik haar werk kon bezorgen. De komende weken besteedde ik uit sociale bewogenheid veel meer tijd aan dit dienstbetoondossier dan aan alle andere, maar werk vond ik niet. Toen ik haar een maand later zag op de markt te Oostende, zakte ik een beetje weg van schaamte, ik had haar immers nog niet kunnen helpen.

Ze stapte resoluut naar me toe en zei onbewogen:  

 

Ik heb nog geen werk maar je moet geen werk meer voor me zoeken.  

 

Ik vroeg verbijsterend waarom. Wel zei ze:  

 

“ Ik verdien nu aan de dop wel 250 euro minder, maar ik bespaar op mijn voeding en huishoudbudget ongeveer 150 euro per maand omdat ik nu de tijd heb alle promoties in warenhuizen na te gaan en tijd heb om deze te gaan kopen. Ik geniet de komende 3 jaar van een huursubsidie van 100 euro, ik betaal maar de helft voor de balletles van mijn dochter en voor de voetbaltraining van mijn zoon. Ik kreeg sociale tarieven voor gas, elektriciteit, telefoon en internet. Ik moet geen kinderopvang meer betalen en ben gewoon meer thuis bij mijn kinderen. Ik ben nu gelukkiger dan ooit, ik moet niet werken heb meer tijd voor mijn kinderen en mezelf en bovendien hou ik meer geld over op het eind van de maand.”  

 

Ik was blij met haar geluk en het verwarmde mijn hart. Maar is het de bedoeling van ons sociaal systeem, dat ontwikkeld werd om mensen uit de nood te helpen, om een hardwerkende vrouw om te toveren tot een profiterende hangmat liggende, weliswaar gelukkige, huismoeder? Ik denk het niet. 

 

Het overaanbod aan sociale subsidies genereert een verlies aan inzet, en aan kracht om herop te staan uit eigen beweging. Een bepamperende subsidiecultuur heeft meer asociale effecten dat positieve resultaten. Sommige politieke partijen installeren in bepaalde steden en gemeenten een paternalistische bijstandscultuur, waar politieke alfabavianen subsidies en uitkeringen uitdelen en zo de mensen hun recht op een waardig, zelfbevochten bestaan ontstelen. Deze gepolitiseerde bijstandscultuur, ook wel miserabilisme genoemd, zorgt er voor dat het electoraat afhankelijk blijft van de politici en hun systeem, en garandeert hen zo de stemmen bij de volgende verkiezingen. Het doel van deze politici of politieke partijen is geenszins om kansarmen te ontvoogden en hen een beter bestaan te bezorgen. Neen! Het bestaat erin de miserie via ongebonden kapitaalsverstrekking te handhaven, net zoals een pooier gratis drugs aan zijn heroïnehoertjes verschaft .  

 

De realiteit wijst uit dat ongebonden kapitaalverstrekking de brandstof is van oblomovisme en armoede. Kapitaal is de vrucht van arbeid en is daar ondergeschikt aan. Zonder arbeid is er geen kapitaal. Het is daarom onnatuurlijk en in vele gevallen nefast om kapitaal te verwerven zonder arbeid. Als je vanuit een sociale hangmat meer verdient dan als je werken gaat is er iets fundamenteel verkeerd aan onze maatschappij.  

 

Onze subsidies moeten over het algemeen doelmatiger en gerichter zijn. Ze moeten politiek en electoraal ontvoogd worden en vooral een tijdelijk karakter hebben. Tot op een bepaalde grens maakt het niet uit hoeveel subsidies je uitgeeft maar enkel de manier waarop je dit doet. Fiscale stimulansen zijn in vele gevallen socialer en vooral niet bevoogdend noch marktverstorend.  

 

“Het verlagen van belastingen en het verhogen van fiscale stimulansen zijn socialer dan het verhogen van belastingen en via verplichte solidariteit bedrijven, verenigingen en mensen opsluiten in een gevangenis die de verslaving aan de subsidiecultuur is.”

 

Ignace Vandewalle

<< Terug naar alle berichten

Bookmark and Share

© 2019 Ignace Vandewalle  |  webdesign by Creatief.be