twitter twitter

Over vetbelasting en perfectie

vetbelasting

Het zal u misschien niet ontgaan zijn maar de afgelopen jaren voert de overheid en de maatschappij een constante druk tot perfectie op ons uit.

De constante druk om perfect te zijn neemt vreemde proporties aan. Men verwacht een samenleving met perfecte mensen die interactief, omdat ze perfect zijn, elkaar niet storen. De creatie van een supermens die geen alcohol drinkt, niet rookt, geen psychologische afwijkingen vertoont, niet zwaarlijvig is, niet aan magerzucht lijdt, niet te snel rijdt, geen drugs neemt, geen overmatig pillen gebruikt, niet luidruchtig is……of anders een mens die perfect is volgens uitgelijnde en vooropgestelde vormen en normen. Maar wie is de normmaker? Welk recht heeft hij daartoe?

De overheid treedt steeds driester en repressiever op bij ons “gezondheidsgedrag”. Haar alibi is dat in onze verzorgingsstaat de gezonde mensen verplicht mee moeten betalen voor ongezonde mensen. Dat is het solidariteitsprincipe. Ongezonde mensen jagen de gezonde op de kosten, dus wordt het zogenaamd een plicht om gezond te leven. Zwaarlijvigheid en roken worden nu beschouwd als een beschavingsdeficit. Wie er tegen zondigt wordt opgezadeld met een schuldgevoel en terechtgewezen door drukkingsgroepen.

Mogen wij vandaag nog gebreken hebben of moeten we straks leven met een constante druk om perfect te zijn? Mogen onze kinderen nog luid roepend ravotten? Mogen onze kinderen de wereld nog ontdekken via hun fouten? Mag ik nog een broodje ongezond gaan eten, zonder dat iemand mij hoofdschuddend aankijkt? (U weet wel zo’n broodje met veel vlees, geen groenten en een goede klak mayonaise.) Mag ik op het trouwfeest van mijn zoon of dochter, uit pure vreugde, nog een stuk in mijn kraag zuipen? Ik mag hopen van wel! 

Er is een opbod ontstaan naar de eisen tot perfectie van de mens. Het roken op café, restaurant en werkplaats mag niet meer en als het van sommigen afhangt ook niet meer op het trottoir.

 

 Het eerste rookverbod dateert van 1590, Paus Urban VII dreigde iedereen te excommuniceren die tabak gebruikte voor de poort van of binnenin een kerk. Het eerste moderne landelijke tabakverbod werd opgelegd door de nazi-partij in elke Duitse universiteit, postkantoor, militair ziekenhuis en binnen de nazi-partij zelf. Dit gebeurde onder auspiciën van Karl Astel. Hij leidde een instituut waar de risico’s van tabaksgebruik werden onderzocht, welke werd opgericht in 1941 op bevel van Adolf Hitler. Anti-tabak campagnes werden op grote schaal uitgezonden door de nazi's tot het einde van het regime in 1945.

 

De hedendaagse gezondheidsfascisten en de nazi ’s hebben alvast twee dingen gemeen; uw lichaam behoort hen toe en zij zullen beslissen wat je er wel en niet mee mag doen, en ze streven naar een perfecte ubermensch.

 

Het hedendaags verbod op roken in cafés is gebaseerd op een Europese verordening die roken op de werkvloer verbiedt. De bescherming van niet-rokende arbeiders. Een punt die ik slechts gedeeltelijk volg. Wat met éénmanszaken? De vele kleine volkscafés in Vlaanderen die zonder personeel werken. Waarom moet het daar dan ook? Daarenboven is er de regel van proportionaliteit. Er wordt geschermd met de bekende stelling “ de vrijheid van de ene mens stopt waar de vrijheid van een ander begint”. Correct! Maar bij uitbreiding moet men rekening houden met de proporties. In een café met 200 klanten en 2 personeelsleden betekent dit dat 200 mensen hun vrijheid moeten afstaan voor het behoud van de vrijheid van 2 mensen. Deze redenering zou de hedonistische calculus van Jeremy Bentham, noch het moreel diverse ulitarisme van John Stuart Mill doorstaan. Je kan vrijheid enkel ontnemen als de eindsom het geluk van alle mensen erdoor stijgt. Mocht deze disproportionele stelling de norm worden, dan moeten straks alle wagens, vrachtwagens en bussen stoppen met rijden omdat dit mijn gezondheid schaadt omwille van het fijn stof. Tis te zeggen, ik zou dit niet eisen, maar één of andere zot misschien wel.


 Er worden met allerlei gezondheidscijfers en argumenten heen en weer gezwaaid. Maar ik stel vast dat onze levensverwachtingen dit jaar weer gestegen zijn. Desondanks, obesitas, cholesterol, roken, fijn stof, antibiotica,alcohol, drugs, kalmeermiddelen, te veel suikers, te veel bewaarmiddelen, te veel kleurstoffen, te veel frisdrank enz, leven we langer. Toch hoor ik constant professoren proclameren “je leeft zoveel maanden minder lang” door zus of zo. 


De absolute topper van het streven naar perfectie is het wetsvoorstel in de staat Missippi (VS) waar men een restaurantverbod beoogt voor mensen met obesitas. Hoe gaat dit dan in zijn werk? Aan de inkom van het restaurant een weegschaal met meetlat die automatisch uw BMI(Body mass index) berekent en u desgevallend de deur wijst? Of zal de huisdokter u een vergunning geven om te mogen op restaurant te gaan? De Amerikaanse staat New York werkt aan een wet die restaurants verbiedt om nog zout bij de bereiding van hun maaltijden te gebruiken. Het wetsvoorstel van de democraat Filix Ortiz houdt in dat klanten zelf zout moeten kunnen toevoegen aan de maaltijden die ze bestellen, zonder dat de chef op voorhand al heeft beslist om bij de bereiding een dosis zout te gebruiken.


De vetbelasting of suikerbelasting is eerder een middel om de staatskas te vullen. De huidige regeringsonderhandelaars voerden het rookverbod in of waren in elk geval voorstander ervan. Nu er minder gerookt wordt en minder rokers zijn, dalen de inkomsten op de taksen, sterven er jaarlijks 425 Belgen minder aan hartinfarcten (vaak pensioengerechtigden) en komt ziekenhuispersoneel aan de dop. Daartegenover staat wel een daling van de kosten in de sociale zekerheid. Maar de weegschaal tilt naar het negatieve effect op de staatskas. Met deze extra kosten hadden de regeringspartijen geen rekening gehouden. En hoe wil met dit compenseren met een nieuwe belasting, die op termijn hoogstwaarschijnlijk een zelfde effect zal hebben. 

 

Beter vind ik de inspanningen geleverd door de voedingsindustrie in samenspraak met de overheid. Het zoutconvenant dat in 2008 werd afgesloten tussen de minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx en de federaties van de voedingsindustrie (FEVIA) en de handel (COMEOS) is daar een voorbeeld van. De zestien marktleiders in de Amerikaanse voedingsindustrie stelden zich  2007 als doel om de calorie-inname flink terug te dringen. De bedrijven hebben de healthy weigth commitment foundation opgericht. In samenwerking met overheid en burgers willen zij de calorie-inname in de samenleving terugdringen. Het doel was om in 2012 één triljoen (één triljoen heeft 18 nullen) calorieën minder te verkopen en in 2015 nog eens anderhalf triljoen minder. Uit onafhankelijk onderzoek gedaan door de Robert Wood Johnson Foundation, blijkt dat er in 2012 6,3 triljoen calorieën  minder zijn verkocht dan in 2007. Hiermee is het gestelde doel al bereikt. Maar het is ook belangrijk dat de overheid het wetgevend kader voor productinnovatie verbetert en aanpast aan de noden van de industrie. Deze hebben vooral te maken met de productnaam en de productspecificaties. Enkele voorbeelden: Wettelijk gezien moet boter 82% vet bevatten anders mag het geen boter heten, hetzelfde geldt voor mayonaise, dat in Nederland maar 70% vet hoeft te bevatten tegenover 80 % in België. En zo is chocolade zonder suiker geen chocolade, maar cacaofantasie.

 

De simplistische en gemakshalve oplossing van vetbelasting is op termijn contraproductief. Het afsluiten van convenanten met de voedingsindustrie garandeert de werkzekerheid van duizenden Belgische arbeiders en een raak de Belg niet in zijn portemonnee. Ook houdt het rekening met kansarmen die door een vetbelasting  financieel zwaarder geraakt zullen worden.


Ik zou ook iedereen aanraden het boek “ Genieten mag “ van Dr. Jan Snel, psycholoog aan de Universiteit van Amsterdam, te lezen. Volgens Jan Snel is het punt waar moraalridders en gezondheidsfreaks aan voorbijgaan dat ze voor degenen die deze middelen gebruiken een belangrijk middel zijn om plezier te hebben, plezier in het leven, om zich te ontspannen en met stress om te gaan. En hoeveel kosten stress en burn-out aan onze sociale zekerheid?


Is de droom naar perfectie een utopie of een einddoel? Thomas Moore beschreef in zijn 2 boeken de maatschappij “Utopia”, maar ook hij zag in utopia geen perfecte mensen, ook voor hem was perfectie ongrijpbaar. Voor mij is een maatschappij van perfecte mensen eerder een dystopie zoals geschetst in het boek van George Orwell, ” 1984”. Een dystopie is een denkbeeldige, onmogelijke wereld waar ik NIET in wil leven. Voor alle duidelijkheid, een wereld waar ik moet leven met de constante druk tot perfectie, waar ik gestraft wordt bij het minste blijken van imperfectie, is er één waar ik voor pas.


 Aristoteles zei het als volgt:


 "Wat is de mens? Een monument van zwakheden, een prooi van het moment, een speling van het lot; de rest is slijm en gal."


 Wat maakt ons tot mens, onze gebreken, onze gaven of een combinatie van beiden? 

 Ignace Vandewalle

 

 

 

 

<< Terug naar alle berichten

Bookmark and Share

© 2019 Ignace Vandewalle  |  webdesign by Creatief.be