twitter twitter

Naar een libertair gelijke kansenonderwijs

Kennis vergaren is een proces die start vanaf we de veiligheid van de baarmoeder verlaten. De manier waarop deze vergaard wordt is een discussie die zo oud is als de mens zelf. Socrates wist zelfs eerst de methode van kennisverwerving te beschrijven vooraleer zijn kennis te delen. Met zijn vroedvrouwmethode omschreef hij reeds de ondersteunende taak van de onderwijzer om zich boven de autodidactische grenzen te heffen.


Vanaf de dag dat Plato zijn ‘Akademeia’  stichtte, startte de discussie omtrent de materiële omkadering, de financiering en de toegankelijkheid van onderwijs. Deze discussie leeft vandaag meer dan ooit. Niet alleen door de grotere maatschappelijke en sociale noodzakelijkheid van onderwijs, maar door de diversiteit van het aanbod.


 De klemtoon bij het huidig Vlaams onderwijsbeleid ligt tegenwoordig in het streven naar een absoluut egalitarisme, eerder dan naar een libertair egalitarisme. Niets is echter onrechtvaardiger dan de gelijke behandeling van ongelijken wist Aristoteles al enkel eeuwen geleden te vertellen. Zorgen dat elkeen kansen krijgt en daardoor gelijk is, impliceert niet dat we moeten afstappen van de diversiteit van behandeling naar de noden en begaafdheden van leerlingen. Vaak citeert men hierbij Vygotsky en zijn theorie ‘de zone van naaste ontwikkeling’. Vygotsky gaat er van uit dat de leerling zijn feitelijk onderwijsniveau (het niveau die de persoon zelfstandig bereikt) kan overstijgen door interactie met een meer bekwame persoon, in het bijzonder de onderwijsgevende. Bovendien moet men steeds nieuwe zones van naaste ontwikkeling creëren om het cognitieve proces als het ware voort te stuwen. Het niveau van onderwijs moet aangepast zijn aan de noden en bekwaamheden van de leerlingen, te hoog leidt tot frustratie en te laag tot verveling en onderpresteren. Er ontbreekt in België bijvoorbeeld een onderwijs voor hoogbegaafden. Los van enkele kleine initiatieven met kangoeroeklassen en de aanpak van binnenklasdeffirentiatie, kwijnt die groep studenten weg in verveling, welke tot onderprestaties leidt. In Nederland en de Verenigde Staten zijn reeds diverse initiatieven met bijzondere onderwijsscholen voor hoogbegaafden. In België is er enkel bijzonder onderwijs voor laagbegaafden. Deze vorm van ongelijkheid strookt zelfs niet met de theorie van Vygotsky, integendeel zelfs

Ook bij de verdeling van de financiële middelen wordt niet uitgegaan van een streven naar een gediversifieerd onderwijs die het maximaal uit de capaciteiten van leerlingen haalt - welk feitelijk onderwijsniveau ze ook mogen hebben - maar van de sociaal achtergesteldheid van de leerlingenpopulatie. Het is duidelijk dat de sociaal-economische achtergrond een rol speelt in de prestatie van de leerling. Maar is het de taak van het onderwijs om daaraan te verhelpen? Wanneer we de ouders steeds verder van hun verantwoordelijkheid verwijderen, dan wordt die verantwoordelijkheid de onze. Het is de taak van leerkrachten en scholen om degelijk en kwaliteitsvol onderwijs te bieden aan de leerlingen en niet om de ouders her op te voeden. De PISA-studie(s) wijzen op een grotere kloof tussen de zwakke en sterke studenten, daaruit besluiten dat er in Vlaanderen een te grote sociale discriminatie bestaat is echter verkeerd. Dit omdat men daarbij voorbij gaat aan het feit dat zowel de zwaksten als de sterksten in Vlaanderen een hoger niveau halen dan in de rest van Europa. De grotere kloof tussen zwakkere en sterkere leerlingen is het gevolg van ons kwalitatief hoogstaand onderwijs. Wanneer een willekeurige groep studenten samen met een jonge Kim Clijsters hoogstaande tennislessen hadden gekregen. Dan hadden de zwaksten een degelijk niveau gehaald, maar was het verschil in tennistechnieken en de kloof met Kim Clijsters steeds verder toegenomen. De huidige beleidsmakers trekken bewust verkeerde conclusies uit PISA om hun gelijke onderwijskansen-adagium te verantwoorden en hun socialistisch geïnspireerd absoluut egalitarisme te laten gelden.

 
Het comprehensief onderwijs dat streeft naar het wegwerken van de schotten tussen ASO/TSO/BSO en het verlengen van de oriëntatie tot na de eerste of tweede graad van het secundaire onderwijs is een pedagogische kwakkel. Het dient de sector van welzijnknuffelaars en biedt hen uitgebreidere werkgelegenheid en werkzekerheid, maar het haalt zonder twijfel het niveau van de gemiddelde leerling omlaag. Het zal de kloof tussen zwakke en sterke studenten verlagen maar tegelijk het gemiddelde niveau doen dalen. Het helpt maw de pseudoredenering van sociale discriminatie, maar dan wel ten koste van de Vlaamse student.


Laat het duidelijk zijn. Het principe van Vygotsky ‘ de zone van de naaste ontwikkeling’  is er op uit om via gediversifieerd kwalitatief onderwijs de prestaties te maximaliseren, en dat is precies het tegenovergestelde van de huidig beleidsvisie van SP.a.
De outputfinanciering wordt dan weer verdedigd met de Bolognaverklaring. Diploma’s zullen niet zomaar uitgereikt worden omdat ze onder toezicht staan en conform dienen te zijn aan de internationale kwaliteitsstandaarden vastgelegd in de Bologna-akkoorden. Men vergeet erbij te vermelden dat de gelijkschakeling van Europese getuigschriften/diploma’s reeds een nivellering omlaag is. Bovendien mag de taak van de universiteiten er niet hoofdzakelijk uit bestaan om zoveel mogelijk studenten over het Olympisch minimum te halen, en zo de kansen van anderen om bronzen, zilveren en gouden medailles te behalen te fnuiken. Het streven naar het excelleren van sterke studenten wordt daardoor een bijzaak die weinig of geen bijzondere aandacht krijgt. Verkeerd aangewende solidariteit om het absoluut socialistisch egalitarisme te dienen.  


Voormalig onderwijsminister Frank Vandenbroucke, en toch niet de minste(lees domste) van de socialisten, schreef 1989 nochtans het volgende neer:

“Eigen aan een socialistische benadering van gelijkheid is dat ze rekening houdt met de ongelijkheid die mensen nu eenmaal als mensen kenmerkt. Het zou wellicht heel wat gemakkelijker zijn om sociale rechtvaardigheid te definiëren, wanneer het menselijk ras een verzameling was van gelijkbegaafde mensen, met identieke mogelijkheden en kansen. Maar dat is niet zo. “


24 jaar later is zijn opvolger en de Sp.a van die visie afgestapt, en zijn ze jammer genoeg afgedwaald naar het conservatief socialisme van Robert Ownen.


Ignace Vandewalle

<< Terug naar alle berichten

Bookmark and Share

© 2019 Ignace Vandewalle  |  webdesign by Creatief.be